In overeenkomsten wordt meer dan eens opgenomen dat partijen elkaar over en weer (finale) kwijting verlenen. Wat bedoelen partijen hier eigenlijk mee en wat zijn de (rechts)gevolgen daarvan? In dit artikel leg ik u uit wat het verschil is tussen kwijting en kwijtschelding én waarop u moet letten als u kwijting of kwijtschelding wenst te bewerkstelligen.

Kwijting

In de wet is geregeld dat de schuldeiser in beginsel verplicht is om voor iedere voldoening een kwitantie of een kwijting op papier af te geven. Een kwijtingsbeding (bijvoorbeeld het verlenen van finale kwijting) is dan ook niet meer dan een bewijs van betaling. Een partij die in zijn of haar overeenkomst een kwijtingsbeding opneemt, kan daarmee echter ook de volgende (rechts)gevolgen bedoelen:

  • een vaststelling van wat partijen van elkaar zijn verschuldigd; of
  • het kwijtschelden van resterende of andere tussen partijen bestaande schulden.

Wat het rechtsgevolg is van een beding waarbij partijen elkaar “finale kwijting” verlenen, moet door uitleg worden vastgesteld. De Hoge Raad heeft bepaald dat niet snel mag worden aangenomen dat een dergelijk beding ook is bedoeld om de resterende schuld kwijt te schelden.

Kwijtschelding

Wenst een partij met een kwijtingsbeding het kwijtschelden van resterende of andere tussen partijen bestaande schulden, dan zijn er nadere aanwijzingen nodig voordat kan worden aangenomen dat met het kwijtingsbeding tevens kwijtschelding wordt bedoeld.

Het is vereist dat partijen hebben afgesproken dat de verschuldigde prestatie niet geheel zou worden voldaan. De wil van de schuldeiser moet erop zijn gericht de resterende schuld kwijt te schelden, althans de schuldenaar moet er gerechtvaardigd op hebben vertrouwd dat de wil van de schuldeiser daarop was gericht.

Een veelgebruikte formulering in overeenkomsten is dat: ‘’Partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen en verklaren dat zij niets meer van elkaar te vorderen hebben, uit welken hoofde dan ook’’. In beginsel is deze omschrijving voldoende om aan te nemen dat partijen beogen om resterende vorderingen kwijt te schelden.

Conclusie

Het verlenen van finale kwijting levert dus niet zomaar op dat ook afstand wordt gedaan van een eventuele (restant)vordering. Het moet duidelijk zijn dat partijen hebben afgesproken dat de verschuldigde prestatie niet geheel zou worden voldaan. De enkele bewoordingen dat partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen, is voor kwijtschelding niet genoeg.

Twijfelt u over de juiste bewoordingen in uw overeenkomst of wordt u geconfronteerd met een in uw ogen onjuiste conclusie op het punt van kwijting en kwijtschelding? Neem dan contact met mij op.