Onlangs heb ik voor curator en kantoorgenoot Johan Thielen bij de rechtbank Gelderland een mooie en principiële procedure mogen voeren over de (rechts)vraag of het mogelijk is om een pandrecht te vestigen op een assurantieportefeuille van een verzekeringstussenpersoon. Nu deze portefeuille doorgaans het meest waardevolle actief van een assurantietussenpersoon is, wordt deze vaak aan de financierende bank verpand.

In de rechtsliteratuur is een discussie gaande over de vraag of deze verpanding (goederenrechtelijk) wel mogelijk is. Uit de wetgeving en jurisprudentie volgt namelijk niet duidelijk:

  • wat een assurantieportefeuille precies is; 
  • of een assurantieportefeuille kwalificeert als een goed; 
  • of een assurantieportefeuille (goederenrechtelijk) overdraagbaar is; 
  • aan welke vestigingsvereisten een pandrecht op een assurantieportefeuille dient te voldoen. 

Het zal geen verrassing zijn dat banken zich in deze discussie op het standpunt stellen dat een assurantieportefeuille vatbaar is voor verpanding en dus onder de werking van hun pandrechten valt. Evenmin verrassend is dat curatoren op hun beurt stellen dat een assurantieportefeuille niet verpandbaar is en dat de waarde daarvan dus aan de faillissementsboedel toekomt.

De rechtbank Gelderland bevindt zich vooralsnog in het 'kamp' van de curatoren en oordeelt in haar vonnis van 4 april 2018 dat een assurantieportefeuille niet kwalificeert als een overdraagbaar goed en dus niet vatbaar is voor verpanding. Een must read dus voor banken en curatoren.

Ik verwacht overigens wel dat deze procedure in hoger beroep en/of cassatie nog een vervolg gaat krijgen.