Verhuiskostenvergoeding woonruimte

Gepubliceerd op 05-09-2016

Stel er is een voornemen tot renovatie van een woning. Kan de huurder van de woning dan aanspraak maken op een verhuiskostenvergoeding?

Eerder dit jaar heeft de Hoge Raad een aantal belangrijke vragen beantwoord over de rechten van de huurder op de verhuiskostenvergoeding. De Hoge Raad besliste: 

  1. dat de verhuiskostenvergoeding van artikel 7:220 lid 5 en 6 BW voor alle verhuurders van dwingend recht is in geval van renovatie van een woning en niet alleen bij de verhuur van woningen onder de liberalisatie grens;
  2. dat de renovatiewerkzaamheden op zichzelf beschouwd moeten noodzaken tot verhuizing en dus tot een vergoeding van de verhuiskosten. Andere dringende werkzaamheden die gelijktijdig met renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd moeten bij de beoordeling buiten beschouwing blijven;
  3. dat het niet uitmaakt wie het initiatief tot de renovatiewerkzaamheden heeft genomen;
  4. dat bij de vraag of van dringende werkzaamheden of renovatiewerkzaamheden sprake is, van belang is of de werkzaamheden kunnen leiden tot een toename van het woongenot. Indien er sprake is van een toename van het woongenot, is er sprake van renovatiewerkzaamheden. Werkzaamheden die tot doel hebben (toekomstige) onderhoudskosten, schade of nadeel te voorkomen of beperken, worden veelal gezien als dringende werkzaamheden.    

 

Recente uitspraak
In een recente kwestie die diende bij rechtbank Midden-Nederland, was er volgens de verhuurder voornamelijk sprake van een combinatie van dringende werkzaamheden en renovatiewerkzaamheden en wilde daarom geen verhuiskosten betalen. De kantonrechter haalt de parlementaire geschiedenis bij artikel 7:220 BW aan, waarin staat vermeld:

"Met een noodzakelijk verhuizing wordt gedoeld op de situatie dat de werkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd wanneer de huurder in de woning blijft wonen. In sommige gevallen zal niet alleen de aard van de renovatie bepalend zijn in de beoordeling of er een noodzaak tot verhuizing bestaat. Het is voorstelbaar dat bepaalde renovatiewerkzaamheden niet voor elke huurder een noodzaak geven tot verhuizing, maar dat op grond van bijkomende andere omstandigheden (bijvoorbeeld gezondheid of gezinssamenstelling) wel een noodzaak tot verhuizing bestaat."

Hieruit volgt, aldus de kantonrechter, dat bijkomende andere omstandigheden met zich kunnen brengen dat de noodzaak tot verhuizen bestaat bij (slechts geringe) renovatiewerkzaamheden.

In deze kwestie was relevant dat de huurster zwanger was en een moeilijke zwangerschap doormaakte (o.a. ziekenhuisopnames). Voor de kantonrechter voldoende reden te beslissen dat er voor de huurster een noodzaak tot verhuizing bestond in verband met de werkzaamheden aan de woning. Aangezien huurster ook daadwerkelijk was verhuisd, komt de kantonrechter tot de conclusie dat de verhuurder de verhuiskostenvergoeding van €  5.892,--verschuldigd is.

Uit de uitspraak van de Hoge Raad en het daarop volgende vonnis van rechtbank Midden-Nederland blijkt dat het beoordelen van eventuele aanspraak op een verhuiskostenvergoeding maatwerk is.

Karel Boersma
Vakgroep Bouw en Vastgoed
boersma@bierman.nl