Schending statutaire unanimiteitsvereisten

Gepubliceerd op 26-05-2014

De enquêteprocedure is het middel bij uitstek om de gang van zaken bij een vennootschap en de aan haar verbonden ondernemingen aan de kaak te stellen. Een verzoek daartoe kan door een belanghebbende, bijvoorbeeld een bestuurder of een kwalificerende aandeelhouder, worden ingediend bij de Ondernemingskamer. Deze zal daarop onderzoeken of dat er sprake is van een gegronde reden om aan een juist beleid te twijfelen. Is dat het geval, dan kunnen onmiddellijke voorzieningen worden getroffen en  benoemt de Ondernemingskamer een deskundige om nader onderzoek te doen naar het beleid van de vennootschap, waarna er eventueel verdere maatregelen getroffen kunnen worden.

Onlangs werd een enquêteprocedure gestart door een minderheidsaandeelhouder, de heer P.J. Kelly (hierna: “Kelly”) naar het beleid en de gang van zaken van Phoenicia Hotel (Holding) B.V. (hierna; “Phoenica”) en de aan haar verbonden ondernemingen. (Gerechtshof Amsterdam, 23 september 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4773)

De bezwaren van Kelly tegen het beleid binnen Phoenica betroffen de gang van zaken rond de vervreemding van de dochtervennootschappen. Kelly heeft geklaagd dat Phoenicia haar dochtervennootschappen, die in feite de hele onderneming vormden, verkocht had aan een derde partij, Teramy Investments S.a.r.l. (hierna: “Teramy”). Deze verkoop vond plaats zonder de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders van Phoenicia. Samengevat betrof het argument van Kelly dat het bestuur van Phoenicia intern niet bevoegd was om de door Phoenicia gehouden aandelen in haar dochtervennootschappen te verkopen zonder goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders.

De literatuur en jurisprudentie gaan ervan uit dat, ook zonder statutair voorgeschreven goedkeuringsrecht, het bestuur van een vennootschap niet bevoegd is om tot verkoop van de gehele onderneming te besluiten, zonder (voorafgaande) goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders. Dit goedkeuringsrecht is voor naamloze vennootschappen expliciet vastgelegd in de wet, voor besloten vennootschappen niet.

De statuten van Phoenicia bepaalden dat alle besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders met algemene stemmen van alle stemgerechtigde aandeelhouders dienen te worden genomen. Dit betekent dat er pas een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders tot stand komt indien alle aandeelhouders (unaniem) vóór stemmen. In dit geval stemde Kelly tegen het besluit tot vervreemding van de vennootschap aan Teramy. Daardoor kwam er geen geldig besluit tot stand. Desondanks ging Phoenicia over tot verkoop. Zij voerde daartoe aan dat er sprake was van een noodsituatie.

De Ondernemingskamer overwoog dat de redelijkheid en billijkheid, neergelegd in artikel 2:8 BW, met zich meebrengen dat het bestuur in geval van een noodsituatie de dringende omstandigheden, die een doorbreking van het unanimiteitsvereiste rechtvaardigen, dienen mede te delen aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Dit heeft het bestuur echter niet gedaan.

Daarnaast bleek, naar het oordeel van de Ondernemingskamer, onvoldoende dat sprake was van een noodsituatie die het doorbreken van de statutair voorgeschreven unanimiteit mogelijk had kunnen rechtvaardigen.

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer rechtvaardigde het hiervoor vermelde een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Phoenicia. Het enquêteverzoek werd toegewezen.

Samenvattend kan tot het volgende worden gekomen. Het bestuur van een vennootschap dat voornemens is – de facto – de gehele onderneming te verkopen, dient dit besluit voor te leggen aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Ook als dit geen statutaire basis heeft.

In het geval dat zich een noodsituatie voordoet die verkoop, ondanks het ontbreken van de vereiste goedkeuring, rechtvaardigt, dienen de aandeelhouders daarvan op de hoogte gesteld te worden. Gebeurt dit niet, dan levert dat gegronde reden op om te twijfelen aan een juist beleid. Bestuurdersaansprakelijkheid ligt dan eveneens op de loer.

Mocht u als bestuurder worstelen met de verkoop van uw onderneming, schroom dan niet om contact op te nemen met een van de vennootschapsspecialisten van Bierman Advocaten. Wij helpen u graag verder.

Mr. N.M.J.H. van den Bogaard
Vakgroep Vennootschapsrecht
bogaard@bierman.nl