Provincie Gelderland legt (gemeentelijke) bouwplannen aan banden

Gepubliceerd op 27-05-2015

Recent (26 mei 2015) verscheen in de Gelderlander een artikel met de titel “Provincie wil dat gemeenten minder gaan bouwen”[1]. Uit dit artikel blijkt dat de Gelderse gemeenten in de komende 10 jaar 28.000 huizen meer willen bouwen dan waaraan behoefte is. Ook zou er een te groot aanbod van bedrijventerreinen zijn, minstens 150 hectare te veel. De provincie heeft de gemeenten om die reden gevraagd afspraken te herzien, het aanbod te beperken en andere keuzes te maken. Waar komt dit verzoek vandaan en wat zal dit gaan betekenen voor gemeenten en bijvoorbeeld ontwikkelaars?

Vooropgesteld moet worden dat het verzoek van de provincie niet uit de lucht komt vallen. In het coalitieakkoord van VVD, CDA, D66 en PvdA voor de Statenperiode 2015-2019, gepubliceerd op 20 april 2015, geeft de provincie al aan te streven naar programmering van o.a. bedrijventerreinen en woningbouw. De coalitie ziet hierin in sommige gevallen een regierol weggelegd voor de provincie:

De provincie heeft goede ervaring met programmering van bedrijventerreinen en woningbouw. Dat blijkt transformatie mogelijk te maken. Ook andere vastgoedopgaven zoals kantoren, detailhandel en agrarisch vastgoed vragen om programmering. Idealiter vindt deze programmering plaats in gesprek tussen direct betrokkenen, eventueel met een agenderende en faciliterende rol van de provincie. Soms blijkt de provinciale regierol hierbij onmisbaar, met de inzet van RO-instrumenten. (..)”

Ook in de provinciale “Omgevingsvisie Gelderland” (vastgesteld juli 2014) wordt door de provincie aangegeven dat niet alleen voor wat betreft woningbouw en bedrijventerreinen, maar ook voor kantoren en detailhandel regionale afspraken voorop komen te staan. In dit verband dienen kwalitatieve en kwantitatieve keuzes op regionaal niveau gemaakt te worden en bestaande plannen heroverwogen te worden. De provincie wil hiermee overcapaciteit van nieuwbouwplannen voorkomen.

Een aantal van deze regionale afspraken is door de provincie al vastgelegd in de “Omgevingsverordening Gelderland” (vastgesteld september 2014). Deze verordening bevat bepalingen waaraan gemeenten moeten voldoen bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen. Zo is in artikel 2.2.1.1. van de verordening de volgende bepaling opgenomen:

In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.”

De regels uit de Omgevingsverordening zien met name op ontwikkelingen in nieuwe bestemmingsplannen. Ook bestaande plannen dienen naar de mening van de provincie in sommige gevallen echter te worden herzien. Hierbij wordt in het bijzonder gedacht aan het terugdringen van overcapaciteit in bestaande bestemmingsplannen, waarbij uitvoering niet gewenst of niet realistisch is. Dit leidt tot grote (rechts-)onzekerheid bij ontwikkelaars en andere private partijen.

Ook veel gemeenten zijn, onder andere om financiële redenen, niet blij met dit provinciale beleid. Het aantal gemeenten dat op voorhand bereidt lijkt te zijn om bestemmingsplannen die bijvoorbeeld een nieuw woningbouwproject mogelijk maken – al dan niet permanent – in de ijskast te zetten, lijkt vooralsnog klein.

Dit betekent echter niet dat de provincie in zo’n geval met lege handen staat. Zo heeft de provincie de bevoegdheid om een gemeentelijk bestemmingsplan dat voorziet in bijvoorbeeld een nieuw woningbouwproject, te blokkeren. Dit kan middels het geven van een “reactieve aanwijzing” (artikel 3.8 lid 6 jo. artikel 4.2 Wro). De provincie moet in zo’n geval wel aantonen dat het tegenhouden van de ontwikkeling, gelet op bijvoorbeeld regionale ruimtelijke belangen, noodzakelijk is.

Ook kan de provincie er voor kiezen een Provinciaal Inpassingsplan vast te stellen, waarmee een gemeentelijk bestemmingsplan wordt “overruled” (artikel 3.26 Wro). Ook hier moet de provincie wel kunnen aantonen dat sprake is van provinciale belangen. Dit zal in geval van (dreigende) onaanvaardbare leegstand en/of verpaupering van gebieden echter al vrij snel door de rechter aangenomen worden.

Het is gelet op het bovenstaande voor zowel gemeenten als ontwikkelaars en ondernemers zaak om hun belangen, ook op provinciaal niveau, goed te verdedigen. Passief achterover leunen zou immers zomaar kunnen betekenen dat een plan voor een nieuwe ontwikkeling door de provincie wordt geblokkeerd.

Mr. A.M. (Anouk) Scharff
Advocaat ruimtelijk bestuursrecht
Sectie Bouw en Vastgoed
scharff@bierman.nl

[1] http://www.gelderlander.nl/regio/arnhem-e-o/arnhem/provincie-wil-dat-gemeenten-minder-gaan-bouwen-1.4947948