Overdreven en inconsequente reactie werkgever leidt tot hogere vergoeding

Gepubliceerd op 04-05-2016

De kantonrechter in Arnhem1 maakte op 25 februari 2016 korte metten met een werkgever (KPN) die een manager IT-support met 28 dienstjaren op grond van verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding, wilde ontslaan. KPN beschikt over een personeelsreglement waarin staat dat werknemers geen relatiegeschenken mogen aannemen. Daarnaast geldt bij KPN een regeling dat werknemers één keer per twee jaar een nieuwe telefoon mogen aanvragen. Door middel van een online portal wordt geregistreerd welke werknemer over welk type telefoon beschikt en dit wordt op intranet gepubliceerd.

Op enig moment constateerde KPN dat de werknemer twee telefoons in zijn bezit had, terwijl op intranet stond vermeld dat hij geen enkele telefoon had. Een gesprek tussen werkgever en werknemer vond plaats. Werknemer erkende dat hij de interne procedures niet correct had nageleefd. Ook schakelde KPN een bedrijfsrecherchebureau in. De werknemer werd geschorst doch na enkele weken weer op het werk toegelaten, alwaar hij een schriftelijke waarschuwing kreeg. Vervolgens verzocht KPN twee maanden later de kantonrechter toch de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter was van mening dat, waar het hier ging om een werknemer met een onberispelijke staat van dienst en een 28-jarig dienstverband, een disciplinaire maatregel op zijn plaats was en een ontslag veel te ver ging. Wel meende de kantonrechter dat er sprake was van een "ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie". De kantonrechter begreep niet waarom KPN had besloten om een bedrijfsrecherchebureau in te schakelen terwijl er vast stond dat de werknemer de procedures niet correct had nageleefd. Daaruit trok de kantonrechter de conclusie dat het inschakelen van het recherchebureau, met alle gevolgen van dien voor de arbeidsrelatie, enkel was gebaseerd op wantrouwen van de zijde van de werkgever richting de werknemer. Vanwege de onberispelijke staat van dienst en trouw dienstverband met 28 jaar, had van een "goed werkgever" echter verwacht mogen worden dat hij met de werknemer in gesprek zou blijven om mogelijke geschaad vertrouwen te herstellen. Ten onrechte was de werknemer deze mogelijkheid onthouden.

De werkgever had deze kwestie "veel te zwaar" aangezet. De kantonrechter meende dan ook dat naast de transitievergoeding een extra billijke vergoeding toegekend moest worden. De transitievergoeding was berekend op een bedrag van € 77.000,=. De Kantonrechter wees echter een vergoeding toe van € 90.000,= bruto.

De les is dat bij een lang in dienst zijnde en goed functionerende werknemer, "proportioneel" gereageerd moet worden op een vermeende misstap. Goed werkgeverschap wordt breed uitgelegd en inconsequent handelen door de werkgever vertaalt zich in een hogere ontbindingsvergoeding. 

Karel Leenhouts
Sectie Arbeidsrecht
leenhouts@bierman.nl


1 Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2016:1534