Naar de letter van de referentie-eis

Gepubliceerd op 01-10-2014

Bij een aanbesteding over de levering van zowel natzoutstrooiers, sneeuwploegen, als routebegeleidings- en strooimanagementsystemen, had de gemeente de referentie-eis gesteld dat de inschrijver in de periode van drie jaar voorafgaand aan de publicatiedatum van de aanbesteding een of meerdere routebegeleidings- en strooimanagementsystemen geleverd moest hebben. Ter toelichting: Een routebegeleidingssysteem dient voor het aansturen van de strooier volgens een vooraf ingestelde route. Een strooimanagementsysteem biedt de gemeente online overzicht over zowel de actieve- als de uitgevoerde strooiacties. Software dus. Het punt was dat de gemeente vond dat onder het gevraagde systeem óók de hardware (het kastje dat zich in de strooiwagens bevindt) moest worden verstaan. En die hardware was bij een van de inschrijvers buiten de referentieperiode geleverd. In de referentieperiode was enkel nieuwe (geüpdate) software geleverd. Kortom, deze inschrijver voldeed niet aan de gestelde eis. De inschrijver trok daarop bij de rechter aan de bel met de stelling dat de gemeente meer eiste dan uit de referentie-eis op te maken viel. In het bestek stond bijvoorbeeld nergens dat de software niet zou mogen voortbouwen op eerder geleverde systemen en ook niet dat andere (hardware) onderdelen van het systeem in de referentieperiode geleverd moesten zijn.

De rechter toetste de kwestie aan de inmiddels bekende toverformule van het aanbestedingsrecht dat eisen op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze geformuleerd moeten zijn, opdat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte daarvan kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen interpreteren. Daarbij dienen eisen uit de aanbestedingsdocumenten te worden uitgelegd aan de hand van de zogenaamde "CAO-norm", wat kort gezegd wil zeggen dat zoveel mogelijk naar de letterlijke tekst van de eis moet worden gekeken. Achterliggende bedoelingen die niet uit de tekst op te maken vallen, moeten buiten beschouwing blijven. De referentie-eis vroeg om ervaring met software, niet om ervaring met het leveren van hardware. Als de gemeente ook die eis had willen stellen dan de gemeente dit expliciet moeten vermelden. De inschrijver voldeed dan ook aan de referentie-eis en dus vond de rechter dat de gemeente de inschrijving niet ongeldig had mogen verklaren.

Mr. E.W.J. van Dijk
Vakgroep Bouw & Vastgoed
dijk@bierman.nl