Het faillissement: voorkomen is beter dan genezen!

Gepubliceerd op 03-12-2015

Het fenomeen faillissement is in het leven geroepen om de eigendommen van een schuldenaar te verdelen onder de schuldeisers die de schuldenaar onbetaald heeft gelaten. Als een faillissementsverzoek door de rechtbank wordt gehonoreerd, dan wordt een curator aangesteld die de betreffende eigendommen te gelde maakt en conform de wettelijke rangorde onder de schuldeisers verdeelt. De curator constateert wat er is, wat er had moeten zijn en hij onderzoekt ook nog of er sprake is van onregelmatigheden. De Faillissementswet biedt de curator diverse gereedschappen om zijn taken te kunnen uitvoeren.

Al met al heeft een faillissement voor de schuldenaar nogal wat gevolgen. De schuldenaar heeft kort gezegd niets meer te zeggen over zijn eigendommen. De curator kan in beginsel alles wat van waarde is verkopen, zoals bijvoorbeeld het huis en de auto. Dit geldt ook voor rechtspersonen: als een besloten vennootschap failliet wordt verklaard, dan kan de curator de gehele onderneming of onderdelen daarvan verkopen, zonder dat het bestuur van de vennootschap daar iets over te zeggen heeft. Bovendien zal de curator het personeel ontslaan. Als gevolg van het faillissement zullen de klanten en leveranciers weglopen. Zodoende zal er binnen de kortste keren van de eens zo bloeiende onderneming weinig meer over zijn.

In mijn vorige bijdrage opperde ik al het voordeel van het faillissementsverzoek als incasso-instrument, en veel schuldeisers passen dit instrument al toe. Dat heeft tot gevolg dat er faillissementsverzoeken worden ingediend tegen partijen die wel degelijk in staat zijn om hun schulden te betalen, en zij zullen dan al snel tot betaling overgaan. Zodoende wordt het faillissementsverzoek ingetrokken, waarmee de ondernemer geen gevaar te duchten heeft van een curator die zijn onderneming gaat verkopen.

Af en toe gaan ondernemers evenwel al te lichtvaardig om met een tegen hen ingediend faillissementsverzoek. Hun onderneming groeit en bloeit, en ook al hebben ze dan even die ene onbetaalde vordering over het hoofd gezien, denken ze dat de soep niet zo heet gegeten wordt. Zij kiezen ervoor om niet naar de faillissementszitting te gaan, en ontvangen dan prompt het telefoontje van de curator die graag een afspraak met ze wil maken.

Tijdens het telefoongesprek met de curator geven deze ondernemers dan aan dat ze inderdaad het faillissementsverzoek over het hoofd hebben gezien, en dat ze natuurlijk nog wel die onbetaalde vordering zullen betalen. Daarmee is de kous dan af, denken ze.

Dat is helaas niet het geval. Als gevolg van het faillissement zijn zij de zeggenschap kwijtgeraakt, en het enige dat hen dan nog rest is het instellen van verzet. Er volgt dan alsnog een gerechtelijke procedure waarin de zaak tijdens een zitting inhoudelijk behandeld wordt. Het probleem is alleen dat er tijdens die zitting niet alleen meer wordt gekeken naar die ene onbetaalde vordering, maar naar alle schulden van de onderneming – ook de schulden die nog niet opeisbaar waren, zoals de schulden die voortvloeien uit een overeenkomst van geldlening.

Pas als de ondernemer in staat is om alle schuldeisers te betalen, althans om betalingsregelingen met hen te treffen, dan zal het verzet slagen en zal het faillissement worden vernietigd. Desalniettemin is het leed dan vaak al geleden. Vertrouwen komt immers te voet, en gaat te paard. De eens zo goede relaties met de leveranciers, de afnemers en het personeel zijn immers als gevolg van het uitgesproken faillissement onder druk komen te staan, en het is maar de vraag of de ondernemer die relaties kan herstellen. Ook al is het faillissement dan van de baan.Het is daarom zaak om in actie te komen als u toevalligerwijs een tegen u ingediend faillissementsverzoek ontvangt. Het is toch verstandiger om te voorkomen dan om te genezen!

Mr. R.C. Faase
Vakgroep Insolventierecht & Herstructurering
faase@bierman.nl