Het automatische leeftijdsontslag bij pensioen op de schop?

Gepubliceerd op 09-03-2012

Inleiding 
De discussie rondom het automatische leeftijdsontslag bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar is al enige tijd onderwerp van gesprek tussen de diverse werknemers- en werkgeversorganisaties. In de meeste CAO’s  is op dit moment een pensioenbeding opgenomen. Hierin staat vermeld dat de arbeidsovereenkomst met een werknemer,  die de pensioenleeftijd (65) bereikt, van rechtswege eindigt. Gesteld kan dan ook worden dat het pensioenbeding “ingeburgerd” is in het Nederlandse arbeidsrecht. De vraag is echter of een dergelijk beding in de huidige tijden nog wel wenselijk is. Op 17  januari jl. publiceerde het Financieel Dagblad (FD) nog een artikel over dit onderwerp met als koptekst “ Het Leeftijdsontslag ter discussie”.

 

Actueel 
In het FD-artikel werd uitvoerig ingegaan op het voorstel van de vakbewegingen van werknemers het automatische leeftijdsontslag af te schaffen dan wel te verschuiven. Volgens de werknemersorganisaties voldoet een dergelijk pensioenbeding in CAO’s of individuele arbeidsovereenkomsten namelijk niet meer in de plannen van de regering het pensioenstelsel grondig te hervormen. De verwachting is dat werknemers hierdoor in de toekomst grotere pensioenrisico’s zullen lopen. Om deze risico’s zoveel mogelijk op te vangen, dienen oudere werknemers door de werkgever in staat te worden gesteld langer door te werken.

De werkgevers zijn huiverig voor afschaffing van het automatisch leeftijdsontslag. Zij vrezen namelijk voor extra kosten van ontslagprocedures en de eventueel daaraan gekoppelde afkoopsommen. De vraag die dan ook gesteld kan worden is in hoeverre de huidige rechtspraak met het pensioenbeding omgaat. In 2010 heeft het Europese Hof van Justitie (hierna: “Hof”) zich hierover nog uitgelaten.

 

Rechtspraak
In het arrest van het Hof ging het om het volgende. Een Duitse werkneemster, mevrouw Rosenbladt, was meer dan 39 jaar werkzaam in de schoonmaakbranche. In haar arbeidsovereenkomst was een pensioenbeding opgenomen. Hierin stond vermeld dat haar arbeidsovereenkomst van rechtswege zou eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Mevrouw Rosenbladt was het hier niet mee eens en legde de kwestie voor aan de Duitse rechter. Zij stelde zich daarbij op het standpunt dat het pensioenbeding een ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd opleverde. De Duitse rechter vond deze vraag dusdanig principieel dat het Hof werd verzocht hier antwoord op te geven. Van belang daarbij om te weten is dat het Duitse wettelijk stelstel – net als het Nederlandse – de werkgever de mogelijkheid biedt een pensioenbeding bij CAO of individuele arbeidsovereenkomst overeen te komen.

 

Oordeel Hof
Het Hof overwoog dat het pensioenbeding geen ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd opleverde. Volgens het Hof rechtvaardigen maatschappelijke argumenten het opnemen van een dergelijk beding in een CAO dan wel individuele arbeidsovereenkomst. Deze rechtvaardiging volgt onder meer uit de gedachte van een (evenredige) arbeidsverdeling over de verschillende leeftijdsgeneraties. Enerzijds wordt hierdoor de integratie van jongere werknemers in het arbeidsproces bevorderd. Anderzijds worden de rechten van oudere werknemers voldoende beschermd, omdat het merendeel van de 65-jarigen op dit moment aanspraak op hun pensioen kunnen maken, aldus het Hof.

 

Conclusie 
Gelet op deze recente Europese uitspraak is een beding, waarin staat dat de arbeidsovereenkomst van de werknemer op 65-jarige leeftijd eindigt staat vermeld, nog steeds toegestaan in ons wettelijk systeem. Wel zou dit in de toekomst kunnen veranderen. Wij houden u uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen ter zake.


mr. G.W. (Geert) Rouwet