Gelijke behandeling op de werkvloer

Gepubliceerd op 11-01-2016

Wat is discriminatie?
Er is sprake van discriminatie als er onterecht een verschil wordt gemaakt in de behandeling van mensen. Mensen kunnen bijvoorbeeld worden gediscrimineerd op grond van geslacht, godsdienst, handicap, leeftijd of afkomst.

Voor werknemers zijn er specifieke discriminatiegronden in het leven geroepen. Zo is het in principe verboden om onderscheid te maken tussen werknemers met een fulltime en een parttime contract en tussen werknemers met een vast en een tijdelijk contract.

Directe of indirecte discriminatie
In veel gevallen is het direct duidelijk dat er sprake is van discriminatie. Bijvoorbeeld als werknemers met een vast contract een 13e maand krijgen en werknemers met een tijdelijk contact niet.

Maar ook als het minder duidelijk is, kan er sprake zijn van discriminatie. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een werknemer pas een 13e maand krijgt als hij langer dan twee jaar achtereenvolgens in dienst is. Dit lijkt een neutrale bepaling, maar in de praktijk zullen hierdoor vooral werknemers met een tijdelijk contract benadeeld worden.

IPB-regeling van KLM niet discriminerend
KLM heeft voor haar werknemers een IPB-regeling. Op basis van deze regeling kunnen werknemers van KLM met hun gezin onder bepaalde voorwaarden tegen een gereduceerd tarief een ticket boeken voor een nog niet volgeboekte vlucht. Het kan voorkomen dat er meerdere werknemers zijn die tickets claimen voor dezelfde nog beschikbare vlucht. Als er niet genoeg stoelen beschikbaar zijn, dan geeft KLM de werknemer met het langste dienstverband voorrang. Om de duur van het dienstverband te kunnen bepalen kijkt KLM naar de datum waarop de betreffende werknemer in dienst is getreden.

Een “standby-werknemer” van KLM voelde zich door deze regeling gediscrimineerd. KLM zei tegen hem namelijk dat er elke keer een nieuw dienstverband ontstond als hij (na een oproep) voor KLM kwam werken. De datum indiensttreding van het laatste dienstverband gebruikte KLM om de duur van zijn dienstverband in het kader van de IPB-regeling vast te stellen. De man – die hierdoor waarschijnlijk een aantal keren de plank mis sloeg - vond dat hij hierdoor onterecht werd benadeeld ten opzichte van zijn collega’s.

Het college voor de Rechten van de Mens oordeelde op 20 november 2015 dat er geen sprake was van discriminatie door KLM. Niet op grond van arbeidsduur (parttime/fulltime) en ook niet op grond van het soort contract (vast/tijdelijk). Het draait hier enkel om de vraag of er – in tegenstelling tot wat KLM beweert - in geval van een standby-werknemer sprake is van een doorlopend dienstverband. Dit is een vraag die de werknemer aan de “normale” rechter zal moeten voorleggen.

Mr. E.F.M. Schouten
Sectie Arbeidsrecht
schouten@bierman.nl  


College voor de Rechten van de Mens 20 november 2015, Oordeelnummer 2015-131

Bron: www.mensenrechten.nl