De nieuwe arbitragewet

Gepubliceerd op 14-05-2014

Ons arbitragerecht bleek toe aan vernieuwing en om deze reden laat de nieuwe arbitragewet nu toch echt niet lang meer op zich wachten. Het wetsvoorstel is inmiddels bij de Eerste Kamer ingediend, nadat het door de Tweede Kamer was aangenomen. Het doel van het wetsvoorstel is de modernisering van het Nederlandse arbitragerecht, maar ook de versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland als land van internationale rechtspraak en arbitrage. Waar mogelijk, wordt de arbitrageprocedure vereenvoudigd en de administratieve lasten zullen worden verlicht. Het gaat hier met nadruk niet om een geheel nieuwe wet, gekozen is voor een herziening van ons huidige arbitragerecht.

Modernisering
Het meest treffende voorbeeld van de modernisering van de arbitragewet is de mogelijkheid om gebruik te maken van elektronische middelen. Hierbij kan gedacht worden aan het versturen van processtukken per e-mail. Daarnaast wordt de arbitrale procedure op een aantal punten vereenvoudigd en ook goedkoper. De verplichte deponering van het arbitrale vonnis wordt afgeschaft, waardoor door partijen kosten kunnen worden bespaard. Daarnaast wordt de vernietigingsprocedure teruggebracht tot een rechtsgang in één instantie, het gerechtshof. Door het vervallen van de rechtsgang bij de rechtbank, wordt partijen eveneens geld bespaard.

Versterking internationale concurrentiepositie
In het geval van een internationaal handelsgeschil, kan arbitrage een aantrekkelijk alternatief zijn. Het kan namelijk voorkomen dat een vonnis van de overheidsrechter in het buitenland niet ten uitvoer kan worden gelegd omdat een verdrag hiertoe ontbreekt. Ten aanzien van de internationale concurrentiepositie, wordt in de Memorie van Toelichting opgemerkt dat de huidige arbitragewet dateert van 1986 en ook in die tijd is getracht om één regeling tot stand te brengen voor nationale en internationale arbitrageprocedures. Deze regeling moest toentertijd arbitrage in Nederland aantrekkelijk maken en de wet kon de vergelijking doorstaan met het nationale recht van andere landen en de arbitragereglementen van internationale arbitrage-instituten. Nu, anno 2014, is de tijd gekomen dat de moderne arbitragewet van toen dient te worden aangepast aan de huidige nationale en internationale ontwikkelingen. Om deze reden, is ons arbitragerecht meer op een lijn gebracht met buitenlandse arbitragewetten en de UNCITRAL Model Law (de Modelwet van de Verenigde Naties). 

Voor Nederland biedt het economische voordelen wanneer partijen in ons land voor arbitrage kiezen. Immers, in dat geval vergaren de arbitrage-instituten inkomsten, de advocaten/adviseurs die in een procedure worden betrokken en ook de lokale economie van de plaatsen waar de arbitrage wordt gehouden vaart er wel bij. Om Nederland zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor partijen om hier te kiezen voor een arbitrale procedure, is er voor gekozen om aansluiting te zoeken bij de Modelwet. Let wel, aansluiting, want de Modelwet wordt niet klakkeloos gevolgd. Op sommige punten is ons arbitragerecht namelijk aantrekkelijker dan de Modelwet, dus op die punten wijkt het af.

Arbitrage voor consumenten
Arbitrage dient een volwaardig en aantrekkelijk alternatief te zijn voor de gang naar de overheidsrechter, ook voor consumenten. Opvallend is, dat het arbitraal beding in algemene voorwaarden op de zwarte lijst van artikel 6:236 BW wordt geplaatst, opdat consumenten niet tegen hun zin in een arbitrale procedure betrokken kunnen worden. Hiermee wordt het arbitraal beding in algemene voorwaarden dus vernietigbaar. Gezien de ontwikkelingen in de (Europese) rechtspraak, kon de Nederlandse wetgever ook niet anders dan de arbitragewet op dit punt in ieder geval aan te passen. Consumenten kunnen volgens de aangepaste wet alleen in arbitrale procedures worden betrokken, als hen de gelegenheid wordt geboden naar de overheidsrechter te gaan en zij niet binnen een maand nadat het arbitraal beding schriftelijk tegen hen werd ingeroepen daartegen bezwaar hebben gemaakt. Het bezwaar tegen arbitrage behoeft niet te worden gemaakt door een procedure bij de overheidsrechter aanhangig te maken. De consument kan dit doen door schriftelijk bij de partij die het beding hanteert en hier een beroep op doet, kenbaar te maken dat zij kiest voor een gang naar de overheidsrechter.

De achterliggende gedachte is dat door middel van deze wijziging het vertrouwen van de consument in arbitrage wordt vergroot. Bovendien wordt ons arbitragerecht hiermee op dit punt in overeenstemming gebracht met Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. In de Europese rechtspraak wordt door het Europese Hof van Justitie naar de aan de Richtlijn ten grondslag liggende gedachte verwezen, namelijk de zwakkere positie waarin een consument zich bij het aanvaarden van een overeenkomst waar arbitrage op van toepassing is zich bevindt. De consument dient op dat punt in bescherming te worden genomen. 

Al met al kan gesteld worden dat de huidige arbitragewet toe was aan vernieuwing en dat deze vernieuwing ook daadwerkelijk wordt bereikt met de nieuwe arbitragewet. Wij hebben ruime ervaring op het gebied van arbitrale procedures. Heeft u dus vragen op het gebied van arbitrage, arbitrage in uw algemene voorwaarden of bent u op zoek naar bijstand in een arbitrale procedure? Neem dan gerust contact met ondergetekende op.

Mr. K.D.C. Schemkes 
Vakgroep Bouw en Vastgoed
schemkes@bierman.nl