Bijt niet in de hand die u voedt!

Gepubliceerd op 08-09-2015

Partneralimentatie kan na echtscheiding aan de orde zijn indien er sprake is van een (huwelijksgerelateerde) behoefte van de onderhoudsgerechtigde en draagkracht bij de onderhoudsplichtige. Beiden staan opgenomen in artikel 1:397 van het Burgerlijk Wetboek en worden nader uitgewerkt in richtlijnen, de zogenoemde ‘tremanormen’. Waar minder over wordt geschreven, zijn de niet-financiële factoren die bij partneralimentatie een rol kunnen spelen.

Niet-financiële factoren

Eén van de voornaamste gronden van een alimentatieverplichting is de lotsverbondenheid tussen ex-echtgenoten die na echtscheiding voortduurt. Op grond van subjectieve factoren, zoals persoonlijke omstandigheden en gedragingen, kan hier een einde aan komen. Hierbij valt te denken aan wangedrag of schokkende gedragingen van de ex-echtgenoot. De onderhoudsplichtige kan in dat geval in een procedure stellen dat alimentatie niet aan de orde zou moeten zijn omdat lotsverbondenheid tussen partijen niet langer aanwezig is. De feitenrechter zal hier vervolgens over oordelen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 mei 2015, ECLI:NL:2015:3378

Recent oordeelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een zaak waarin niet-financiële factoren een rol speelden. In die zaak ging het om een man en een vrouw die in 1999 met elkaar waren gehuwd. Dit huwelijk werd in 2012 door echtscheiding ontbonden. De rechtbank oordeelde daarbij dat de vrouw aan de man een alimentatie van € 1.600,-- bruto per maand diende te voldoen. De vrouw werkte als woordvoerster bij een grote bank, onder andere voor de Raad van Bestuur. Zij had een tijdelijk contract en wordt in haar functie beoordeeld op eigenschappen als geloofwaardigheid, betrouwbaarheid, openheid en integriteit. De man heeft zich, in het kader van een zakelijk conflict met de bank, zonder enige noodzaak grievend en kwetsend over de vrouw uitgelaten in een door hem opstelde ‘samenvatting’ van vele pagina’s. De vrouw heeft zich hiervoor bij herhaling bij verschillende functionarissen van de bank moeten verantwoorden. De man besefte zich dat zijn gedrag geen schoonheidsprijs verdient, maar zei dit te doen aangezien hij vermoedde dat de vrouw haar bijzondere positie bij de bank aanwendde om de door hem aangedragen oplossing voor zijn zakelijke geschil te laten afwijzen.

Anders dat de Rechtbank, heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in deze zaak geoordeeld dat de vrouw voldoende heeft aangetoond dat de man haar, met de door hem gevoerde correspondentie met de bank, onnodig en op onaanvaardbare wijze heeft aangetast in haar reputatie, eer en goede naam. Dat de vrouw ondanks die omstandigheden een vaste aanstelling heeft gekregen, doet daaraan niet af. Het feit dat de man de (inkomens-) positie van de vrouw ernstig in gevaar heeft gebracht, zorgt ervoor dat de verplichting van de vrouw om alimentatie voor de man te voldoen, met terugwerkende kracht op nihil wordt gesteld.

Conclusie

Bij partneralimentatie zijn niet alleen de behoefte van de alimentatiegerechtigde en de draagkracht van de alimentatieplichtige van belang, maar spelen ook niet-financiële factoren een rol. Onbehoorlijk gedrag van de alimentatiegerechtigde kan zelfs tot gevolg hebben dat partneralimentatie met terugwerkende kracht op nihil wordt gesteld. Dit kan tot gevolg hebben dat degene die alimentatie ontving niet meer in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien en daarnaast een aanzienlijk bedrag moet terugbetalen. Bijt daarom niet in de hand die u voedt!

Mr. M.S. Vos
Vakgroep Echtscheidingsrecht
m.vos@bierman.nl