Belang oplevering werk vaak onderschat

Gepubliceerd op 25-06-2012

Bouwformatie, nummer 9, 13 september 2011

 
In de praktijk blijkt dat het vaak lastig is om tot een (formele) oplevering van een werk te komen. Als men hiervoor een afspraak wil maken, geeft de opdrachtgever dikwijls “niet thuis”. Hierdoor wordt dan volstaan met slechts het verzenden van de slotfactuur.
 
Uit een recente uitspraak van de Rechtbank Roermond blijkt dat dit niet verstandig is. In deze zaak maakte de aannemer aanspraak op betaling van een tweetal openstaande facturen. De woning was nog niet door de aannemer opgeleverd. Wel was de woning door de opdrachtgever in gebruik genomen. De rechtbank wees de vordering van de aannemer tot betaling af, omdat het werk nog niet was opgeleverd. De rechtbank vond dat er geen sprake was van oplevering door ingebruikneming, omdat (1) partijen niet waren overeengekomen dat ingebruikneming leidt tot oplevering en (2) de opdrachtgever door omstandigheden noodgedwongen de woning heeft betrokken. Dit ondanks het feit dat de woning nog niet gereed was.
 
In dezelfde procedure stelde de opdrachtgever dat er diverse gebreken waren in het werk van de aannemer. De aannemer beriep zich erop dat deze vordering van de opdrachtgever was verjaard[1]. De rechtbank verwierp dit verweer omdat artikel 7:761 lid 1 BW ziet op vorderingen wegens een gebrek in het opgeleverde werk, aldus de rechtbank. Aangezien het werk nog niet was opgeleverd, is artikel 7:761 BW nog niet van toepassing.
 
Als tweede verweer voerde de aannemer aan dat het werk op grond van de wet[2] na oplevering voor risico van de opdrachtgever is. Ook aan dit verweer werd door de rechtbank voorbij gegaan omdat zij van oordeel was dat het werk nog niet was opgeleverd. Naast het feit dat de aannemer zijn facturen (nog) niet betaald kreeg, diende hij derhalve ook nog gebreken te herstellen.
 
Uit deze uitspraak blijkt de noodzaak om werk van de oplevering te maken.

Het beste is natuurlijk om het werk door de aannemer en de opdrachtgever gezamenlijk op te nemen en hiervan een procesverbaal van oplevering op te maken die door beide partijen wordt ondertekend. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan zou een formele gereedmelding een oplossing kunnen bieden. Of de opdrachtgever al dan niet thuis geeft, is dan niet van belang. Wèl moet kunnen worden aangetoond dat de opdrachtgever de gereedmelding heeft ontvangen. Dit kan door de gereedmelding aangetekend of per fax met verzendbevestiging te verzenden. Een andere mogelijkheid zou zijn om de gereedmelding per email te verzenden, waarbij een bezorg en leesbevestiging wordt gevraagd. Of deze laatste mogelijkheid afdoende bewijs oplevert, is in de rechtspraak nog niet (voldoende) uitgekristalliseerd. Dit houdt dus nog een risico in.
 
Mocht de opdrachtgever over geen enkel communicatiemiddel beschikken en ook aangetekende brieven weigeren, dan kan de gereedmelding ook door de deurwaarder bezorgd worden middels een deurwaardersexploot. De kosten hiervan bedragen ongeveer € 80,--.
 
mevrouw mr. E.A.M. van Gaal, advocaat
Bierman Advocaten 


[1]     Op grond van artikel 7:761 lid 1 BW verjaart een vordering 2 jaren nadat een opdrachtgever ter zake een gebrek bij de aannemer heeft geprotesteerd.
[2]    Artikel 7:758 lid 2 BW bepaalt dat het werk na oplevering voor rekening en risico van de opdrachtgever is.