Kennisname van de CAR-polis is noodzakelijk!

Gepubliceerd op 25-10-2013

Bij bouwwerkzaamheden wordt (vrijwel altijd) standaard een CAR-verzekering afgesloten. Het doel van die verzekering is alle bij de bouw betrokken partijen te beschermen tegen de financiële gevolgen van materiële schade, verlies of vernietiging van het werk.
 
In beginsel zijn opdrachtgever, aannemer, onderaannemers, architecten en installateurs meeverzekerd. Degenen die zijn meeverzekerd doen er verstandig aan om de polis met voorwaarden op te vragen, zodat zij na kunnen gaan of hun belangen wel afdoende zijn verzekerd.
 
Uit een recente uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat dit zelfs van cruciaal belang kan zijn voor de vraag of een medeverzekerde de CAR-verzekeraar kan aanspreken bij schade.
 
Wat was er aan de hand?
Een hoofdaannemer was met de onderaannemer overeengekomen een CAR-verzekering (CAR staat voor Construction All-Risks) voor het werk af te sluiten. Tijdens de uitvoering ontstond schade aan het werk van de onderaannemer die vervolgens de CAR-verzekeraar aansprak tot vergoeding van de schade.
 
De verzekeraar stelde hierop dat zij met de hoofdaannemer is overeengekomen dat turnkey-projecten niet onder de dekking van de polis vallen. Aangezien er sprake is van een turnkey-project kan de onderaannemer geen beroep op de CAR-verzekering doen, aldus de verzekeraar.
 
De onderaannemer beroept zich vervolgens op de polis en de daarbij behorende voorwaarden. Hieruit zou blijken dat onderaannemers zijn meeverzekerd onder de polis. Daarnaast blijkt hieruit niet dat turnkey-projecten zijn uitgesloten van de dekking. De onderaannemer mocht er derhalve op vertrouwen dat hij was meeverzekerd op de polis.
 
Op grond van artikel 3:35 BW mag de ene partij (hier: de onderaannemer) vertrouwen op de verklaring van de andere partij (hier: de verzekeraar), ook al blijkt achteraf dat deze iets anders heeft bedoeld. Voorwaarde hiervoor is wel dat er sprake is van ‘een gerechtvaardigd vertrouwen’, waarbij alle omstandigheden waaronder de verklaring is gedaan een rol spelen.
 
In dit geval stelde de onderaannemer dat hij mocht vertrouwen op de verklaring over de dekking die de verzekeraar heeft gedaan in de door haar aan de hoofdaannemer verstrekte polis(voorwaarden).
 
Rechtbank en hof
De rechtbank oordeelde dat uit de omschrijving van de dekking in de polis niet valt af te leiden dat turnkey-projecten van dekking zijn uitgesloten. Daarbij nam de rechtbank in ogenschouw dat een CAR-verzekering in beginsel dekking biedt voor alle risico's van het werk en dat in beginsel uitgegaan moet worden van een ruime dekking.
 
Vervolgens diende de verzekeraar te bewijzen dat turnkey-projecten (lees: desondanks) niet onder de dekking van de CAR-verzekering vallen. Na getuigenverhoren komt de rechtbank tot het oordeel dat bij het afsluiten van de CAR-verzekering met hoofdaannemer is overeengekomen dat turnkey-projecten niet onder de dekking van de CAR-verzekering vallen. Voorts is vast komen te staan dat de onderaannemer de polis pas tijdens de procedure heeft ontvangen. Deze vaststelling blijkt voor het verloop van de zaak van doorslaggevend belang te zijn.
 
Tijdens het verdere verloop van de procedure komt voornamelijk de vraag aan de orde of de onderaannemer mocht vertrouwen op de polis(voorwaarden) die door de verzekeraar aan de hoofdaannemer is verstrekt. Hieruit blijkt immers niet dat turnkey-projecten van de dekking zijn uitgesloten. De rechtbank en het hof hebben de vordering van de onderaannemer afgewezen, omdat deze niet mocht vertrouwen op de verklaring van de verzekeraar in haar polis(voorwaarden). Dit omdat de onderaannemer de polis pas heeft ontvangen nadat de verzekeraar de dekking had afgewezen. De teleurgestelde onderaannemer legde de zaak vervolgens voor aan de Hoge Raad.
 
Hoge Raad
De Hoge Raad stelt voorop dat de vraag of in een verzekeringspolis ook dekking wordt verleend aan derden (eventueel na aanvaarding van een daartoe strekkend derdenbeding), dient te worden beantwoord aan de hand van hetgeen de verzekeraar en de verzekeringnemer hierover zijn overeengekomen. Dit uitgangspunt geldt ook bij de uitleg van een beding in een CAR-verzekering waarin dekking wordt verleend aan onderaannemers die door de aannemer bij de uitvoering van een verzekerd werk worden ingeschakeld. De onderaannemer kan jegens de verzekeraar bescherming ontlenen aan art. 3:35 BW indien hij op grond van de bewoordingen van de polis, eventueel in samenhang met (andere) door de verzekeraar gedane mededelingen of gewekte verwachtingen, erop heeft mogen vertrouwen, dat hem dekking zal worden verleend.
 
Vervolgens oordeelt de Hoge Raad:
 
“In het onderhavige geval kan het door onderaannemer verdedigde standpunt niet anders worden gelezen dan dat het door haar gestelde vertrouwen dat haar door de onderhavige CAR-verzekering dekking wordt verleend, uitsluitend is gebaseerd op de door haar als onderaannemer met haar contractuele wederpartij, de hoofdaannemer, gemaakte afspraken, in samenhang met de gebruikelijke dekkingsomvang van een CAR-verzekering. Uit hetgeen hiervoor is vastgesteld volgt dat onderaannemer pas van de onderhavige polisvoorwaarden heeft kennisgenomen nadat de verzekeraars dekking hadden afgewezen met een beroep op de hiervoor bedoelde beperkte dekkingsomvang. Onderaannemer heeft dus niet aangevoerd dat zij is afgegaan op de bewoordingen waarin de dekkingsomvang van de polis was omschreven. Omtrent (andere) door de verzekeraars gedane mededelingen of gewekte verwachtingen is door Onderaannemer evenmin iets gesteld.”

Commentaar
De onderaannemer kreeg in deze procedure gelijk over de door hem aangedragen uitleg van de polis(voorwaarden). Omdat de onderaannemer de polis(voorwaarden) pas had ontvangen nadat de verzekeraar zich beriep op de afspraak met de hoofdaannemer over de uitsluiting van turnkey- projecten, kon er nooit het vertrouwen bij de onderaannemer zijn ontstaan dat deze projecten wel verzekerd zouden zijn. Toen de discussie ontstond had hij daar immers niet de beschikking over. Door de afwijzing van de schade door de verzekeraar, wist de onderaannemer al dat turnkey- projecten niet verzekerd waren, zodat met de later ontvangen polis(voorwaarden) niet het vertrouwen gewekt kon zijn dat deze projecten wel verzekerd waren.
 
Deze zaak zou heel anders zijn afgelopen, als de onderaannemer eerder – bijvoorkeur voor aanvang van het werk – kennis had genomen van de polis met bijbehorende voorwaarden. Hij had er dan waarschijnlijk wel op mogen vertrouwen dat wat de verzekeraar in de polis als dekking omschrijft ook daadwerkelijk is verzekerd.
 
Overigens had de onderaannemer de hoofdaannemer ook aan kunnen spreken uit hoofde van een tekortkoming (wanprestatie) nu tussen hen overeengekomen is dat laatstgenoemde voor een CAR-verzekering zorg diende te dragen. Echter, de hoofdaannemer was inmiddels gefailleerd zodat deze geen verhaal meer bood.
 
Conclusie
Uit deze uitspraak blijkt het grote belang om altijd de polis met bijbehorende voorwaarden op te vragen. Hierbij dienen niet alleen de polis maar ook de voorwaarden met clausuleblad te worden opgevraagd en te worden gecontroleerd. Daarnaast is het verstandig aan na te gaan of de verzekeringspremies zijn voldaan, zodat de verzekeraar een schade ook niet op deze grond kan afwijzen.

Bierman Advocaten Tiel
Sectie bouw en vastgoed
Mr. K.J.T. (Karel) Boersma
boersma@bierman.nl