Bestekswijziging na aanbesteding

Gepubliceerd op 19-03-2014

In het aanbestedingsrecht geldt als regel dat een bestek afkomstig van een aanbestedende dienst die verplicht is het werk aan te besteden, na aanbesteding niet wezenlijk mag worden gewijzigd. De gedachte hierbij is dat een wezenlijke wijziging van de opdracht ook tot wezenlijk andere inschrijvingen zou kunnen leiden of zelfs tot deelname van inschrijvers die aanvankelijk geen brood in de opdracht zagen. Met een wezenlijke wijziging worden feitelijk achteraf de spelregels gewijzigd en dat mag niet in het aanbestedingsrecht.

Zo’n situatie kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer een in het bestek voorgeschreven product na opdrachtverlening, als gevolg van een bestekswijziging, alsnog uit het bestek verdwijnt. Mits de wijziging ‘wezenlijk’ is, zouden de eerder gepasseerde inschrijvers hier bezwaar tegen kunnen maken. Maar geldt dat ook voor de leverancier van het voorgeschreven product. Die zal geen interesse hebben in gunning van het werk, maar wel in het kunnen leveren van zijn voorgeschreven product.  Door de bestekswijziging ziet hij dat nu echter aan zijn neus voorbij gaan.

Hiertegen bezwaar maken is op zich bijzonder, omdat een opdrachtgever die een bepaald product in gedachten heeft, zo zou je zeggen, best op die gedachte terug mag komen. In een recente zaak oordeelde de rechtbank echter dat zo’n leverancier zeker een punt heeft. In kwestie was sprake van een aanbestedingsprocedure waarbij in het bestek het betreffende KOMO-gecertificeerde product verplicht was voorgeschreven en dat wekt verwachtingen naar de betreffende leverancier,

De rechtbank nam de leverancier dus in ieder geval serieus, maar wees de vordering toch af, omdat de gemeente voldoende redenen had om van product te wijzigen (tijdsdruk, gekozen werd voor andere tijdelijke voorzieningen en het uitgangspunt dat een opdrachtgever bevoegd is om bestekswijzigingen op te dragen). Alles overwegende, oordeelde de rechtbank, mocht de gemeente een andere keuze maken, maar wat als de rechter de argumenten van de gemeente niet zwaar genoeg had gevonden. Niet is uitgesloten dat de leverancier in dat geval ‘een zaak’ had gehad. Leuke rechtspraak voor leveranciers. Aanbestedende diensten zitten hier waarschijnlijk niet op te wachten. Die worstelen al genoeg met het feit dat aanbestedingsrechtelijk fabrikaatnamen in een bestek eigenlijk niet thuis horen.  

Mr. E.W.J. van Dijk
Sectie Bouw en Vastgoed
dijk@bierman.nl